esc

Psalmen 92

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939 · 15 verzen

  1. 1 Een psalm; een lied voor de Sabbat. Heerlijk is het, Jahweh te loven, Uw Naam te prijzen, Allerhoogste,
  2. 2 ‘s Morgens vroeg uw goedheid te roemen, En uw trouw in de nacht:
  3. 3 Op lier en harp, Met citerslag.
  4. 4 Want Gij hebt mij verblijd door uw daden, o Jahweh, En ik juich om het werk uwer handen.
  5. 5 Hoe groot zijn uw werken, o Jahweh, Hoe peilloos diep uw gedachten!
  6. 6 Dom, wie dàt niet erkent; Dwaas, wie dàt niet begrijpt.
  7. 7 Wanneer dan de zondaars groeien als gras, En al de boosdoeners bloeien: Dan is het, om voor altijd te gronde te gaan,
  8. 8 Maar Gij, Jahweh, blijft eeuwig verheven!
  9. 9 Ja, uw vijanden, Jahweh, lopen hun bederf tegemoet, En alle boosdoeners worden verstrooid.
  10. 10 Maar mijn hoorn heft zich op als die van een buffel, Met verse olie word ik gezalfd;
  11. 11 Vol vreugde ziet mijn oog op mijn vijanden neer, Hoort mijn oor van die mij bestrijden.
  12. 12 Maar de rechtvaardige groeit als een palm, Als de ceder op de Libanon rijst hij omhoog.
  13. 13 Zij worden in Jahweh’s tempel geplant, En bloeien in de voorhoven van onzen God;
  14. 14 Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn, En blijven nog sappig en fris.
  15. 15 Zo verkondigen ze, dat Jahweh gerecht is, Mijn Rots, aan wien geen onrecht kleeft!

Precies zo aangeboden als het is gepubliceerd. Public domain.

Hardop gelezen

Hardop gelezen in een andere uitgave

Voorlopig leest één stem, en zij leest de World English Bible Classic. Dit hoofdstuk is daar opgenomen; deze uitgave niet.

Dit hoofdstuk in die uitgave lezen

In andere talen