esc

Psalmen 108

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939 · 13 verzen

  1. 1 Een lied; een psalm van David. Mijn hart is gerust, o mijn God; Ik wil zingen en spelen:
  2. 2 Word wakker, mijn lofzang; harp en citer ontwaak; Ik wil het morgenrood wekken!
  3. 3 Ik wil U loven onder de volken, o Jahweh, U verheerlijken onder de naties;
  4. 4 Want uw goedheid reikt tot de hemel, En tot de wolken uw trouw.
  5. 5 Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
  6. 6 Wil uw geliefden dan redden, Strek uw rechterhand uit, en verhoor ons!
  7. 7 Bij zijn heiligheid heeft God het beloofd: Juichend zal ik Sikem verdelen, En het dal van Soekkot meten;
  8. 8 Mij behoort Gilad, van mij is Manasse. Efraïm is de helm van mijn hoofd, Juda mijn schepter,
  9. 9 Moab is mijn voetenbekken; Op Edom werp ik mijn schoeisel, Over Filistea hef ik mijn zegekreet aan.
  10. 10 Maar wie brengt mij nu binnen de vesting, Wie zal mij naar Edom geleiden;
  11. 11 Moet Gij het niet zijn, die ons hebt verstoten, o God, En niet langer met onze heirscharen optrekt, o God?
  12. 12 Ach, help ons dan tegen den vijand, Want hulp van mensen is ijdel.
  13. 13 Maar met God zijn wij sterk; Hij zal onze verdrukkers vertrappen!

Precies zo aangeboden als het is gepubliceerd. Public domain.

Hardop gelezen

Hardop gelezen in een andere uitgave

Voorlopig leest één stem, en zij leest de World English Bible Classic. Dit hoofdstuk is daar opgenomen; deze uitgave niet.

Dit hoofdstuk in die uitgave lezen

In andere talen