esc
A dry and weary land, cracked ground running away to bare hills.

Psalmen 63

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939 · 11 verzen

  1. 1 Een psalm van David, toen hij in de woestijn van Juda vertoefde. God, wat verlang ik naar U; mijn God, naar U dorst mijn ziel, Naar U smacht mijn lichaam als een dor en droog land naar het water.
  2. 2 Ik blik naar U op in uw heilige woning, Om uw macht en uw glorie te aanschouwen!
  3. 3 Ja, uw genade is kostelijker nog dan het leven: Daarom moeten mijn lippen U loven,
  4. 4 En wil ik U al mijn dagen prijzen, Mijn handen opheffen in uw Naam.
  5. 5 Gij verzadigt mij als met vet en met merg, En mijn mond juicht U toe met jubelende lippen;
  6. 6 Nog op mijn legerstede moet ik aan U denken, En in mijn nachtwaken over U peinzen.
  7. 7 Want Gij zijt mijn Helper, Ik nestel in de schaduw uwer vleugelen;
  8. 8 Mijn ziel klampt zich aan U vast, En uw rechterhand is mij een stut.
  9. 9 Maar zij, die mijn ondergang zoeken, Zullen in de diepten der aarde verzinken;
  10. 10 Ze vallen ten prooi aan het zwaard, En worden een buit van de jakhalzen.
  11. 11 Doch de Koning zal zich verheugen in God, En wie Hem trouw zweert, zal juichen; Maar de mond van de leugenaars wordt gestopt!

Precies zo aangeboden als het is gepubliceerd. Public domain.

Hardop gelezen

Hardop gelezen in een andere uitgave

Voorlopig leest één stem, en zij leest de World English Bible Classic. Dit hoofdstuk is daar opgenomen; deze uitgave niet.

Dit hoofdstuk in die uitgave lezen

In andere talen